Pelgrims

‘Ineens valt regen blij over het Bakadal: Gods eigen tranen.’ (Psalm 84:6-8)

Trump

“De aanname van het belastingplan door de Senaat, met 51-49, is het eerste grote wetgevende succes van Trump en zijn Republikeinse meerderheid. Ze hadden het nodig, na de twee mislukte pogingen Obamacare te verwerpen. Een belastingherziening stond ook op het lijstje beloften. Maar dit was niet de herziening die Trump beloofde. (…)
Trump is niet de beschermheer van de kleine man maar de dienaar van het grote geld gebleken, met zijn dereguleringsagenda en Goldman Sachs-kabinet en honderden benoemingen van ex-lobbyisten in Washington. Het moeras is eerder gevuld dan gedraineerd. En het zijn juist de bedrijven en de allerrijksten die gaan profiteren van het belastingplan dat vrijdagnacht overhaast werd goedgekeurd. Dit is het plan van geldschieters zoals de gebroeders Koch, van wie Trump niets zei te moeten hebben tijdens de campagne. Dit zijn de mannen waarnaar de Republikeinen nog steeds luisteren. En daardoor stijgen de beurskoersen al maanden. Het plan is een injectie in de ongelijkheid.” (Nederlands Dagblad, 5 december 2017)

“De bijbel heeft het over goden die bestaan. Goden zijn ‘machthebbers over mensen’. Goden zijn mensen die het bestaan andere mensen met zwepen te slaan. De ijzeren wet dat ‘wie zwak is sterft, wie sterk is overleeft’ is een ‘god’. Het recht van de sterkste is een ‘god’; en dat het in de wereld nog altijd zo gesteld is dat weinigen leven ten koste van velen – dat is de macht van een hele goden- en godinnenclan. Al die onwrikbare wetmatigheden-dwangmatigheden worden gepersonifieerd in ‘goden’. Ze heten in de bijbel ‘bezitters, gebieder, heer’, maar ze worden uitgescholden voor niksers, leeghoofden, nietswaardigen. Ze leiden tot ‘niets’, beter gezegd: tot vernieling van aarde, vernietiging van mensheid. Maar dat ze ‘bestaan’ is zo zeker als de ellende van de onderdrukten zichtbaar is.

Tegen die goden in ‘bestaat’ er een wiens Naam onuitsprekelijk is, die zonder gestalte is, onbeeldbaar, enkel stem. Stem die je roept ‘Waar ben je? Waar is je broer? Wat doe je? Waarom doe je het goede niet? Ik heb jou gezegd, o mens, wat goed is – te doen gerechtigheid. Die stem alleen is God.” (Huub Oosterhuis, Alles voor allen – Een Nieuwe Catechismus, blz.19-20)

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

“Gelezen heb ik wat geschreven staat,
mij toevertrouwd aan onbewezen woorden:
Gij laat mijn ziel niet aan het dodenrijk

laat uw geliefde het bederf niet zien

wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen,
niet voor de afgrond hebt Gij ons gemaakt.

Geschreven staat uw naam: ‘Ik-zal-er-zijn.'”

  • Huub Oosterhuis – Psalm 16
Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Open haard (in de file)

Mijn gebed is vaak zo’n rommeltje. ‘k Zeg gewoon wat me te binnen schiet. En dan krijg ik van die stokpaardjes, dingen die ik altijd tegen God zeg, en altijd op dezelfde manier. Geen wonder dat m’n gebedsleven nooit vurig wordt… Wat helpen kan is: een beetje meer structuur aanbrengen.
Denk aan een open haard. Hoe zorgvuldiger je hout neerlegt, hoe beter het vuur zal branden.  Alles wat ons bezighoudt, mogen we in ons gebed zorgvuldig opstapelen bij God. Bijvoorbeeld: op maandag bid ik voor m’n gezin en familie. Op dinsdag voor m’n collega’s. Op woensdag voor onze stad. Enzovoorts. Kan ook op een andere manier. Als we zorgvuldiger onze woorden opstapelen voor God, schiet de vlam er veel beter in.
En… hoe lastig ook, probeer ’t toch ’s morgens te doen, ’s morgens vroeg.
Dat is niet makkelijk, kijk maandagmorgen maar om je heen… Weet je, ook in de file kun je bidden. Wel je ogen openhouden! Met je ogen open kun je namelijk ook ‘uitzien naar’. Welkom om 10 uur, zondag 12 november, Corderius College!

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Messi

Is het een reactie op vroeger?  Ik bedoel, toen ik jong was (…), waren mijn ouders niet royaal met complimenten geven aan hun kids (die toen nog ‘kinderen’ werden genoemd en ook nog geen Engelse namen hadden). Van generatiegenoten begrijp ik dat mijn ouders hierin geen uitzonderingen waren. Complimenten konden een kind eigenwijs, hooghartig en vooral ondankbaar maken, zo dacht men. Immers, alles wat een mens is en bezit en kan, is louter genade (gratis gekregen goedheid), waar we niet anders dan dankbaar voor kunnen zijn.
Deze redenering is, volgens mij, op z’n minst eenzijdig. In elk geval heb ik ze wel gemist, die complimenten, en ik vond het dus best wennen om ze aan mijn kinderen wel te geven en betwijfel ik tot op de huidige dag of ik mijn waardering wel genoeg ge-uit heb.
Gelukkig hebben onze kinderen er geen moeite hun kinderen te complimenteren en doen dat ook heel verstandig (schreef opa trots!). Maar ik hoor ook ouders met kinderen praten of ouders met ouders over hun kinderen, ik lees op social media verslagen over kinderactiviteiten en dan rollen uitroepen als je bent een topper! en ja, wat een kanjer is ‘t, hé?! en nou, dat belooft wat voor de toekomst! over elkaar heen.  Onlangs verzuchtte ik tegen Lijda: Tjonge, jonge, als een kind als veldspeler tijdens het voetballen de bal niet met de handen beetpakt, roepen ouders al: Jij wordt later vast een Messi! Is deze overdreven overdaad aan complimenten een reactie op vroeger? In deze video geeft psychiater Dirk de Wachter een omschrijving van onze samenleving. Op internet zijn veel meer (boeiende en leerzame!) lezingen van de Wachter te vinden. 

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Pauw

Soms kan ik Jeroen Pauw wel schieten… Figuurlijk gesproken natuurlijk. Zodra een gast iets ‘gristelijks’ zegt, lijkt hij nerveus te worden en dat brengt soms niet het mooiste in hem naar boven. Althans, dat is mijn indruk. Ik kan het natuurlijk best verkeerd hebben. Ook is mogelijk dat zijn reactie best te begrijpen is vanwege nare herinneringen of gebeurtenissen. Als andere gasten en (een groot deel van) het publiek hem bijvallen, komt Pauw echt op stoom. Dat vind ik jammer, want hij heeft kwaliteiten genoeg om zijn talkshow voor iédereen tot een mooie ervaring te maken.
Neem nou gisteravond, dinsdag, toen zei Lijda na de talkshow over dementie: De moeite van het opblijven waard! En dat was me uit het hart gegrepen. In de collecteweek voor Alzheimer Nederland sprak Pauw met Christa, een jonge vrouw van 47 die lijdt aan dementie, met 2 vrouwen die het Alzheimer-gen hebben en met de echtgenote van een man die lijdt aan frontotemporale dementie, een ziekte die zijn hersenen langzaam maar zeker weg eet. In elk van de gesprekken vond ik Pauw een fantastische gastheer: vriendelijk, betrokken, voorzichtig formulerend, empathisch, en ga zo maar door. Diepe stilte volgde nadat de bekende pianist Louis van Dijk, die Alzheimer heeft, een eigen compositie speelde, getiteld ‘Hoop’. De moeite van het terugkijken waard!

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Keek op de week (43 en 44)

Vanavond alweer aflevering 3 van Het Geheime Dagboek van Hendrik Groen waarin het leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord beschreven wordt. De zoveelste heerlijke serie van Omroep Max die de afgelopen weken ongeveer 1,7 miljoen kijkbuisvolwassenen boeide. Ons ook.
In aflevering 2 legt de nieuwe bewoonster uit waarom zij zich wil laten cremeren: Mijn achternaam is namelijk: Brand, Eefje Brand. Dan moet het overigens wel met dt: Eefje Brandt. Daar kan ik zo van genieten! Van aflevering 1 heb ik deze zin onthouden, in eigen woorden: Bij niemands geboorte werd gezegd dat het leven leuk zou worden.
Ergens las ik dat André van Duin tegen een rol in deze serie had opgezien. Jarenlang hoefde hij maar een hoedje op te zetten of iedereen rollebolde van de lach en dan nu iets heel anders… Een begrijpelijk bezwaar, denk ik. Maar ik verwacht dat hij ook vanavond weer een indrukwekkende rol zal spelen. Dat is te danken aan van Duin’s eigen vakmanschap en  niet minder aan dat van Kees Hulst, die de rol van Hendrik Groen speelt. Al na slechts 2 afleveringen ben ik van die man gaan houden. Als je kijkt, veel plezier! Wordt ’t je een beetje te laat, je kunt ’t vast terugkijken!

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

… en vertrouwen

En hoe is ’t met ons vertrouwen?
Jezus de Zoon is precies zijn Vader. Hij leerde ons net als de Eeuwige te bidden om een dagelijks broodrantsoen: Onze Vader die in de hemelen is, geef ons heden (vandáág!) ons dágelijks brood.
Niet zeggen: Ja, en morgen dan?! Morgen is weer een nieuwe dag. Morgen kunnen jullie vragen wat voor morgen nodig is.
Zou ’t kunnen zijn dat we vanwege de palletaanbiedingen, 3 halen 2 betalen en vanwege de vrieskist niet meer goed weten wat vertrouwen is? Ik bid of God me vandaag brood wil geven terwijl er al voor 2 weken in de vriezer ligt…

Tevredenheid en vertrouwen zijn twee basisbegrippen in het Boek. Aan ons de opdracht om deze woorden weer handen en voeten te geven. Hóe? Morgen verder!

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Tevredenheid…

Weten wij wat tevredenheid betekent? Hoe gaan wíj om met onze rijkdom? Want, vergis je niet, de rijken uit de Bijbel zijn jij en ik! Wij spoelen ons toilet door met drinkwater… De vraag is of onze rijkdom van de laatste 40, 50 jaar, ons niet verleerd heeft om tevreden te zijn.
Zou ’t kunnen zijn, let op: ik zeg niet dát het vast en zeker zo is, maar ik wil ons van deze vráág bewust maken: Zou ’t kunnen zijn dat jij en ik veel te makkelijk zijn meegegaan in het meer-meer-meer? Dat we alles wat bereikbaar was, gingen willen en doen en kopen, en ons er onvoldoende van bewust zijn geweest dat genoeg genoeg is? Met andere woorden: weten jij en ik nog wel wat tevredenheid is?
Mijn vader maakte ’s zondags altijd, wat wij noemden, een…

Wat maakte mijn vader ’s zondags altijd? Vergis je niet, het antwoord is niet het plaatje boven deze blog! Het goede antwoord kun je horen: zondag 5 november om 10 uur in het Corderius College in Amersfoort. Welkom!

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Schapen zonder herder? (slot)

Of ik wel iets wilde doen, had de familie me gevraagd. ‘Iets’, dat was dus iets ‘godsdienstigs’, iets ‘gelovigs’, iets ‘kerkelijks’. Ze wisten zelf niet precies wat. Ik moest maar zien.
Het kistje werd neergezet naast de kuil en geopend. Het kindje had winterkleertjes aan en een soort Peruaans mutsje op. ‘Que bonitinha! (Wat een mooi meisje!) Coitadinha! (Stakkertje!) Meu Deus no céu! (Mijn god in de hemel!) Nossa Senhora! (Lieve vrouwe Maria!)’.
Mensen huilen, slaan kruisen, kijken elkaar aan. Het is vooral het wanhopige dat me pijn doet. Iedereen doet wel iets, maar niemand weet wat en waarom. Moet het kistje nu weer dicht? In dat zwarte gat? En dan weggaan?
‘HERE, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten. Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin…’.
Begrijpen deze wanhopige mensen hier iets van? Begrijpen ze dat ook dit kindje met het ijsmutsje niet door een los-vaste verkering, maar door God zelf in het verborgene gemaakt werd?
Als ik bid om open oren en ogen en harten begint de grafdelver al vloekend zand te scheppen. Hij had het kistje gesloten en in de kuil gezet. Zwaar ploffen de scheppen rode aarde in het gat. Hóórt hij iets, deze man die niet te lang wil overwerken? Hoort íemand hier iets van? Geen idee. De HERE weet het.
Opnieuw passeren we het stenen kruis. De maan straalt aan de rode avondlucht. Rood als bloed. Het bloed van het kruis. Daar gaan ze. Schapen, zonder herder?

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Schapen zonder herder? (2)

De tijd dringt. Het is al haast donker. Iedereen praat door elkaar. ‘Morgen is het zondag, dan wordt er niet zo vroeg begraven! Moét dat echt wel, weer terug? Wat moeten we met het kindje aan?!’
Die vraag brengt mij weer terug bij de realiteit, bij het kistje met het kindje in de Kever. Het schiet door mij heen: Dit ís realiteit! Dit is de keiharde realiteit van leven en overleven en doodgaan. Dezelfde realiteit waar mensen overal ter wereld tegenop lopen, maar die in hardheid en wreedheid en grofheid van plaats tot plaats verschilt. Papieren zijn om juist ingevuld te worden en sluitingstijd is sluitingstijd: neemt u dus dat kind in het kistje maar weer mee!… Waar u het neerzet? Dat ziet u maar! U hebt thuis al geen plaats genoeg voor levende kinderen, laat staan voor een dood? Inderdaad een probleem, úw probleem. Goedemiddag!
De man van het ziekenhuis en de begraafplaats-ondernemer hadden er een ‘jeito aan gegeven’, zoals dat in Brazilië heet. De volgende dag zou het papier in orde komen. Voor twee Euro (inclusief nota), plus nog iets extra’s voor de moeite, krijg je een gat. De rest moeten wij zelf doen. Langs hoog gras dat de zerken bijna bedekt, onder de donkere kronen van de Paraná-sparren (open armen naar de hemel, alsof ze Gods zegen naar zich toe trekken willen), terwijl de avondlucht rood kleurt en geurt naar rokend afval, lopen we. Het grafje is niet moeilijk te vinden. Het eerste in een lange rij is aan de beurt. De grafdelver heeft goed in ’t voren gewerkt: er zijn wel twintig kleine kuilen achter elkaar. Genoeg, voor morgen.

De avondlucht kleurt rood. Vanaf vrijwel elke heuvelrug stijgen tientallen rookpluimpjes omhoog. De enige manier om vuil kwijt te raken op zaterdagavond en ratten buiten de deur te houden. Het is al bijna donker. Toch zijn de zerken goed te zien in het licht van de volle maan. We passeren een groot stenen kruis. Aan de voet branden kleine kaarsjes, een soort waxinelichtjes van Verkade. Lege drankflessen, kaarsvet, oude lompen. Wat gebeurt hier ’s avonds? (wordt vervolgd)

Delen
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn
« Oudere berichten

© 2017 Pelgrims

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑