de pelgrim kwam ik tegen op m’n tocht door avondland
ik vroeg hem: ‘zeg waar is de reis naar toe
je naam wordt oud – je schoenen zijn versleten
onderhand
en ben je al dat zwerven nog niet moe?

het wordt al bijna donker – de weg is lang naar huis
ik weet een bron die reizigers verkwikt
die wonderwel ontspringt daar op die heuvel
met dat kruis’
de pelgrim zag mij aan – hij keek verschrikt.

‘ik weet het’ sprak de pelgrim ‘die is er inderdaad
de oorsprong van het leven en de deugd
je wordt opnieuw geboren zegt men als je erin baadt
en krijgt een nieuwe naam een tweede jeugd’

‘kom volg mij beste pelgrim en blijf niet langer staan
je wilt toch vinden naar ‘k veronderstel
het spreekwoord zegt: wie zoekt die vindt
– ik kom er net vandaan
daarom ken ik de weg hier wonderwel’

‘het spijt me’ zei de pelgrim ‘het vinden is maar schijn
mijn wegen zijn bepaald door zon en maan
voor mij is er geen waarheid dan onderweg te zijn
en ik heb nog eeuwenlang alleen te gaan’

toen ik hem zag vertrekken die stille vreemdeling
ontvouwde zich een angstig visioen
terwijl hij langzaam verder tastte in de schemering
en zelden heb ik zo gehuild als toen

  • Rikkert Zuiderveld