Het mes ging erin!, zegt de man die tijdens een steekpartij een onschuldige voorbijganger vermoordde. Hij bedoelde: niet ik ben schuldig, maar het mes.
Heroïne is overal!, zegt de verslaafde die uitlegt waarom hij telkens zijn toevlucht tot de naald neemt.
Net zoals de alcoholist die zegt: Zo’n pilsje wil gewoon gedronken worden!
Zo’n uitleg is een verontschuldiging. Én een ontkenning van persoonlijke verantwoordelijkheid. Alsof het bier de alcoholist drinkt en de heroïne de verslaafde spuit.
Mijn kop sloeg op hol!, verontschuldigt de man die zijn vrouw zwaar mishandelde zich.
En, in een iets andere situatie, zeggen man en vrouw die besloten definitief uit elkaar te gaan: Het ging gewoon niet. ‘Het’ is de relatie, die zij zich voorstellen als geheel onafhankelijk van de twee mensen die haar vormen, en die in hun verbeelding net zo’n soort invloed op hun leven heeft als de stand van de sterren. Het leven als noodlot.
Deze voorbeelden noemt Theodore Dalrymple in zijn boek Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse in stand houdt. Dalrymple is een Britse arts, psychiater en schrijver en werkzaam in een gevangenis en een ziekenhuis in een grote achterstandswijk. Uit resultaten van zijn onderzoeken blijkt dat aan de onderkant van de Britse samenleving criminaliteit wordt goedgepraat omdat die een onontkoombaar gevolg zou zijn van armoede, discriminatie en slechts onderwijs. Er heerst een slachtoffercultuur, die verhindert dat mensen zich verantwoordelijk weten voor hun leven. Misschien is iets soortgelijks ook wel herkenbaar in ons eigen leven. – wordt vervolgd