De manier waarop van Ruler de zondag vierde, paste in zijn opvatting over God, schepping, wereld en Gods Koninkrijk. Ondanks alle leed en zonde had van Ruler veel waardering voor de schepping en het aardse leven,  waarover hij in termen van ‘feest’ en ‘vreugde’ sprak. De geschapen wereld en de mens heeft ook een eigen waarde, los van het verlost zijn door Christus, en moet positief gewaardeerd worden. Het gaat God vooral om de schepping en de wereld, aldus van Ruler. Niet de wereld maar de zonde zorgt voor een vervreemding van God. Uiteindelijk zal de geschapen wereld dan ook niet worden opgeheven (of opnieuw uit niets geschapen), maar worden hernieuwd, herschapen. Het rijk van God is nu al aanwezig door de heilige Geest. Ook door het werk van de Geest is er plaats voor een positieve waardering van de huidige wereld en heeft de mens deel aan de toekomstige wereld. Gods uiteindelijke doel (zijn Koninkrijk) is het definitieve herstel van zijn oorspronkelijke doel (de schepping).
‘Men kan God niet hebben zónder zijn wereld’, schreef hij. ‘Dat zal zelfs in het rijk van de heerlijkheid niet het geval zijn. Laat staan op de zondag. Daarom zijn naar mijn inzicht spel en vermaak wezenlijke elementen in een echt Godvruchtige viering van de zondag.’ – wordt vervolgd –