Hoe ons nieuwe leven er in de toekomst precies uit zal zien? Weet ik niet. Maar wat met Jezus gebeurde op Paaszondag licht misschien een tipje op van de sluier die over onze toekomst ligt. Met Pasen gebeurde namelijk iets waar ik met mijn verstand niet bij kan. Er gebeurde een nog groter wonder dan dat een dode (Jezus) weer levend werd. Dat was, zo gaat het verhaal immers, ook al met ene Lazarus gebeurd. Laat ik proberen uit te leggen wat ik ervan begrijp.
Jezus stapte op Goede Vrijdag de dood in, bleef op Stille Zaterdag in het graf, en op Paaszondag stapte Hij de dood uit. Let goed op! Op het Paasfeest ging Jezus niet terùg naar Goede Vrijdag, niet terùg naar vóór z’n dood aan het kruis. Jezus ging niet àchter-, maar vóóruit, door de dood heen het nieuwe leven binnen.
Een mens van vlees en bloed, ja, maar iemand die zonde en dood achter zich gelaten heeft. Overwónnen heeft. Een nieuwe mens was hij. We lezen dat Jezus door God zijn Vader werd verhóógd.
Met Pasen begon nieuw leven. Leven zoals eerst en toch ook… heel anders.

Lees maar!
Maria herkende hem: ‘Rabboeni! Meester! Het is de Heer!’ Jezus was niet een ánder.
En toch was Hij ook wèl anders dan 3 dagen ervoor. Maria moest best even goed kijken.
Later de Emmaüsgangers idem dito.
En Jezus had nog steeds een gewoon lichaam, de spijkergaten zaten er nog in, maar Hij hoefde niet door de voordeur naar binnen. Dezelfde was Hij en toch anders! Jezus begon een nieuw leven!
Ik bedoel: Het was Jézus die levend verscheen! Maar wel: vernieuwd!
Hij was door de dood heen het nieuwe leven binnengegaan.
Er was enerzijds continuïteit, anderzijds was het nieuw.

Mag ik daaruit afleiden, Heer, dat wij, als ook wij door de dood heengaan, veel van hier meenemen naar daar, maar dan wel: vernieuwd? Onze man, onze vrouw, onze kinderen ook? Onze vriend en vriendin? We nemen ze mee, hoop ik, zoals op Paaszondag werd gezegd: ‘Het is de Heer!’
– wordt vervolgd –