Vorige week donderdag 21 september was het Wereld Alzheimer Dag.
O ja?!… Met grote ogen kijkt ze me aan, vriendelijk, lief, vragend, maar ook niets-zeggend.
Doet ze alsof ze ’t echt weet? Volgens mij heeft ze geen idee waar ik ’t over heb.
Opnieuw pakt ze met haar linkerhand de loshangende rechtermouw van haar bloes. Er mist een knoopje, vandaar.

De misschien wel bekendste boeken over dementie zijn De moeder van Nicolien, geschreven door J.J.Voskuil (van de bekende 7-delige roman Het Bureau), en Hersenschimmen, van J.Bernlef. Levensecht wordt beschreven hoe mensen de greep op de werkelijkheid kwijtraken door geheugenverlies en groeiende verwarring en onzekerheid. Alles gaat op elkaar lijken: winter en zomer, de buurvrouw en je lief, de kelderkast en het toilet.

Een grote man wordt gevoed via een infuus. Zijn tot vuist gebalde hand beweegt hij steeds dichter naar zijn gezicht. Wat zou hij zien? Niets, denk ik, want hij heeft zijn ogen dicht. Toch gaat z’n vuist steeds weer omhoog, steeds weer. Zou dat de hele dag zo doorgaan?
In de andere hoek van de woonkamer roept een vrouw om een zakdoek. Tevergeefs. De verzorging heeft haar vraag vaker gehoord, vandaag en gisteren en vorig jaar.

Ze sopt het wafeltje voorzichtig in haar kopje koffie en hapt er een stukje af.
Lekker? – vraag ik.
Nou! – zegt ze en glimlacht heerlijk.
U drinkt hier vast vaker koffie – zeg ik.
O ja? – vraagt ze.

Wordt eens wakker, lieverd! – zegt de verzorgster.
De vrouw met een grote plak snijkoek voor zich schrikt omhoog en neemt vlug een hap.

‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen…’ –  lees ik hardop;
o ja! – de vrouw heft haar ogen op  –  ‘… vanwaar zal mijn hulp komen?’ –  zegt ze.
‘Mijn hulp is van de HERE…’ – lees ik verder;
‘… die hemel en aarde gemaakt heeft.’ – zegt ze.
Opnieuw pakt ze met haar linkerhand de loshangende rechtermouw van haar bloes. Er mist een knoopje, vandaar.