Pelgrims

‘Ineens valt regen blij over het Bakadal: Gods eigen tranen.’ (Psalm 84:6-8)

Maand: oktober 2017 (pagina 1 van 2)

Schapen zonder herder? (slot)

Of ik wel iets wilde doen, had de familie me gevraagd. ‘Iets’, dat was dus iets ‘godsdienstigs’, iets ‘gelovigs’, iets ‘kerkelijks’. Ze wisten zelf niet precies wat. Ik moest maar zien.
Het kistje werd neergezet naast de kuil en geopend. Het kindje had winterkleertjes aan en een soort Peruaans mutsje op. ‘Que bonitinha! (Wat een mooi meisje!) Coitadinha! (Stakkertje!) Meu Deus no céu! (Mijn god in de hemel!) Nossa Senhora! (Lieve vrouwe Maria!)’.
Mensen huilen, slaan kruisen, kijken elkaar aan. Het is vooral het wanhopige dat me pijn doet. Iedereen doet wel iets, maar niemand weet wat en waarom. Moet het kistje nu weer dicht? In dat zwarte gat? En dan weggaan?
‘HERE, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten. Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin…’.
Begrijpen deze wanhopige mensen hier iets van? Begrijpen ze dat ook dit kindje met het ijsmutsje niet door een los-vaste verkering, maar door God zelf in het verborgene gemaakt werd?
Als ik bid om open oren en ogen en harten begint de grafdelver al vloekend zand te scheppen. Hij had het kistje gesloten en in de kuil gezet. Zwaar ploffen de scheppen rode aarde in het gat. Hóórt hij iets, deze man die niet te lang wil overwerken? Hoort íemand hier iets van? Geen idee. De HERE weet het.
Opnieuw passeren we het stenen kruis. De maan straalt aan de rode avondlucht. Rood als bloed. Het bloed van het kruis. Daar gaan ze. Schapen, zonder herder?

Schapen zonder herder? (2)

De tijd dringt. Het is al haast donker. Iedereen praat door elkaar. ‘Morgen is het zondag, dan wordt er niet zo vroeg begraven! Moét dat echt wel, weer terug? Wat moeten we met het kindje aan?!’
Die vraag brengt mij weer terug bij de realiteit, bij het kistje met het kindje in de Kever. Het schiet door mij heen: Dit ís realiteit! Dit is de keiharde realiteit van leven en overleven en doodgaan. Dezelfde realiteit waar mensen overal ter wereld tegenop lopen, maar die in hardheid en wreedheid en grofheid van plaats tot plaats verschilt. Papieren zijn om juist ingevuld te worden en sluitingstijd is sluitingstijd: neemt u dus dat kind in het kistje maar weer mee!… Waar u het neerzet? Dat ziet u maar! U hebt thuis al geen plaats genoeg voor levende kinderen, laat staan voor een dood? Inderdaad een probleem, úw probleem. Goedemiddag!
De man van het ziekenhuis en de begraafplaats-ondernemer hadden er een ‘jeito aan gegeven’, zoals dat in Brazilië heet. De volgende dag zou het papier in orde komen. Voor twee Euro (inclusief nota), plus nog iets extra’s voor de moeite, krijg je een gat. De rest moeten wij zelf doen. Langs hoog gras dat de zerken bijna bedekt, onder de donkere kronen van de Paraná-sparren (open armen naar de hemel, alsof ze Gods zegen naar zich toe trekken willen), terwijl de avondlucht rood kleurt en geurt naar rokend afval, lopen we. Het grafje is niet moeilijk te vinden. Het eerste in een lange rij is aan de beurt. De grafdelver heeft goed in ’t voren gewerkt: er zijn wel twintig kleine kuilen achter elkaar. Genoeg, voor morgen.

De avondlucht kleurt rood. Vanaf vrijwel elke heuvelrug stijgen tientallen rookpluimpjes omhoog. De enige manier om vuil kwijt te raken op zaterdagavond en ratten buiten de deur te houden. Het is al bijna donker. Toch zijn de zerken goed te zien in het licht van de volle maan. We passeren een groot stenen kruis. Aan de voet branden kleine kaarsjes, een soort waxinelichtjes van Verkade. Lege drankflessen, kaarsvet, oude lompen. Wat gebeurt hier ’s avonds? (wordt vervolgd)

Schapen zonder herder? (1)

Het kindje was gestorven. Na uren wachten in de hal van de kraamkliniek, kwam de broer van de moeder, een jong, ongetrouwd meisje, de trap af. In z’n handen een klein kistje. Het had lang geduurd omdat de handtekening van de arts ontbrak, maar nu was ’t zover. Familieleden volgden de man met het kistje. Buiten bleven we staan. Wat moest er gebeuren? Iedereen was met de stadsbus gekomen, maar om nu met kistje en al zo weer terug te gaan…
Een oude Volkswagen, model Kever, bracht uitkomst. Het kleine kistje paste goed op de achterbank. Er konden met gemak nog drie of vier levende kinderen op en naast zitten.
Het wordt al donker als we bij het kerkhof aankomen. We moeten wachten op de man van het ziekenhuis die de papieren brengen zal. Het is kwart over vijf. De begraafplaats sluit om zes uur. Dat moet ook wel, er is geen hand voor ogen te zien dan. Het wordt later en later. Geen man, geen papieren. ‘Zeker de bus gemist’, zegt iemand. ‘Hopen dat-ie nog komt!’, zegt een ander. Want: Geen man, geen papieren, geen begrafenis.
Om kwart voor zes arriveert hij maar schudt het hoofd. Wél papieren, maar géén begrafenis. ‘De documenten zijn helaas onjuist ingevuld’, zegt hij, ‘gaat u morgenochtend maar weer terug naar het ziekenhuis’. De spanning neemt verder toe. (wordt vervolgd)

Een bloeiende gemeente!

Wat geweldig dat God (het leven van) onze gemeente wil laten groeien en bloeien! O, verkeerde plaatje…
Of toch niet?! Ik laat die verlepte bos bloemen even staan. Want weet je, ook hier vindt dat gevecht plaats, waar Paulus over schrijft. Een voorbeeld.
Ik beleef een eredienst meestal als een prachtig bloeiend boeket bloemen! Maar ja, in welke gemeente je ook bent, het lijkt wel of overal mensen zijn die vonden dat ‘het te lang duurde’ en ‘wat vervelend toch dat die-en-die weer te laat kwam’ of  ‘is zoveel zingen nou echt nodig?’ Van zulke opmerkingen gaat je kop toch hangen? Je verlept ervan! En bovendien, door zo’n atmosfeer wordt een gemeente onplezierig, je voelt je bekeken en niet veilig.
In ieder van ons persoonlijk én in de gemeente woedt een gevecht. Hoe blijf je daarin overeind? Of… zou het misschien mogelijk zijn ons hoofd omhoog te steken en te gaan bloeien? Volgens mij spelen Gods beloften bij de doop een belangrijke rol. Ook a.s. zondag welkom in het Corderius College!

Einde-loos!

In het allerlaatste hoofdstuk van de Bijbel, boek van God en mensen, lezen we dat mensen ‘als koningen (en koninginnen) zullen heersen tot in eeuwigheid.‘ (Openbaring22vs5) Gods nieuwe wereld, een nieuwe hemel gecombineerd met een nieuwe aarde, zal volmaakt zijn en toch zullen mensen nog steeds regeren. Weliswaar ondergeschikt aan God, maar toch…
Deze regeringsopdracht herinnert aan het allereerste hoofdstuk van de Bijbel, waar de mensheid de opdracht krijgt over de aarde te heersen, d.w.z. die te bebouwen en te bewaren, beschermen en ontwikkelen. (Genesis1vs26-29) Blijkbaar zullen wij ook in de toekomst nog nodig zijn!
Luieren op een wolk en af en toe op een harp spelen of een psalm zingen, reken daar maar niet op. Voor altijd koningen en koninginnen zijn, zou die opdracht inhouden dat er ook in de volmaakte toekomst ontwikkeling zal zijn, groei en bloei?! Dat ’t almaar mooier wordt: tof, cool, te gek, altijd maar mooier, einde-loos. Morgen mooier dan vandaag en overmorgen mooier dan morgen en ga zo maar door, tot in eeuwigheid, einde-loos?!
We zullen zien… We zullen zien!… We zullen zien!… Wij zullen zien!…

Napapegaaien

 

Op de dag dat het regeerakkoord werd gepresenteerd konden zowel politici en vakbondsbonzen als winkelende huisvrouwen en een jongen op een scootertje aan de intervjoewer vertellen wat ze ervan vonden. Eerstgenoemden hadden zich er best in verdiept; laatstgenoemden veel minder. Logisch! De inkt van het akkoord was nauwelijks droog en bovendien moest het avondeten gekookt worden en kon het pizzakoeriertje zijn bezorgadres niet vinden. Wat ik zo grappig vind is, dat vrijwel niemand zegt: Joh, ik weet eigenlijk niet precies wat er in het regeerakkoord staat, dus vraag me maar niks. De meeste mensen zeggen iets wat ze waarschijnlijk van hun buurvrouw hoorden of bij De Wereld Draait Door. Zo hoorde ik iemand zeggen, of het nu formateur Gerrit of demissionair minister-president Mark was, dat weet ik niet meer, maar het nieuwe kabinet zou ‘het groenste kabinet’ ooit zijn. Volgens anderen, Marianne van de Partij voor de Dieren of Groen-Linkser Jesse, daar wil ik vanaf zijn, hadden er veel meer maatregelen afgesproken moeten worden en is het de vraag of alle milieuplannen wel realistisch zijn. Goed, zondagmorgen hebben we het maar zo tegen God gezegd:
Heer, wij zijn een eigenwijs volk…
We wisten precies hoe voetbal gespeeld moest worden,
wat er verkeerd gaat in Oost en West,
wij wanen ons het centrum van de wereld.
Heer, geen woord gelezen van het regeerakkoord
weten we of het wel of niet deugt, niet dus.
Heer, u belooft wijsheid aan wie u vrezen.
Wij vragen u dus: geef vrees voor U aan ons en ons volk.
En geef zo wijsheid.
Dat wij niet napapegaaien wat we horen op tv,
maar zelf nadenken en onze rijkdom beseffen.
Uw zegeningen zien en tellen, één voor één…
Samen bidden wij U: Heer, onze Heer, wij bidden U: verhoor ons!

Keek op de Week (41)

Anne is een naam die afgelopen week veel gezegd werd.
Podiumkunstenaar Herman van Veen heeft een dochter die Anne heet. Misschien ken je het liedje dat hij over haar schreef? Het heet: Anne.
Er waren mooie baby’s bij, maar niet zo lief als jij, Anne
Van al dat wit en zoveel licht gingen van schrik je oogjes dicht, Anne
Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren
Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg, maak je geen zorgen
Daarvoor is het nog te vroeg, veel te vroeg.

De wereld is niet mooi… Zondagmorgen zeiden we dat tegen God, zo:
Wij verlangen naar een wereld waar vrouwen van 25 gewoon ’s avonds in de regen kunnen fietsen omdat ze dat leuk vinden. Een wereld, een land, een stad en dorp onze kinderen en kleinkinderen van 13, 9 of 3 jaar veilig kunnen spelen. Niet met een adder of een leeuw, Heer, dat komt later wel, maar met een bal of een skateboard.
De vriend van Anne Faber, haar ouders en familie, agenten, medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut, behandelaars in Den Dolder wisten ’t al, maar zagen ’t afgelopen week weer met eigen ogen: de wereld is niet mooi.
Wat verlangen wij naar een wereld zonder stoornissen, zonder kwaad en slechtheid. Gerafeld is het leven, ruwe rafels links en rechts…
Wie vol verdriet is, vol vragen en boosheid; wie zich verraden voelt, verlangt naar vrede, niet pas morgen, maar vandaag: bij u brengen we vreemden en bekenden, anderen en onszelf.
Samen bidden wij U: Heer, onze Heer, wij bidden U: verhoor ons!

De knop om

Micha-zondag, overmorgen, staat in het teken van klimaatverandering en omgang met het milieu. Thema is dit jaar: De knop om. Om goed om te gaan met klimaat en milieu moet er bij ons een knop om. Welke knop? De knop van ons denken. Van ons doen ook. Ten diepste gaat het om deze vraag: Van wie is de aarde?
De aarde beschouwen als ‘onze’ aarde, ‘onze’ planeet, heeft enerzijds iets positiefs, lees ik in het materiaal van Micha Nederland. Sámen zijn we verantwoordelijk. We zijn hier niet alleen, maar met zo’n 7 miljard anderen. En wij allemaal, inclusief onze kinderen en kleinkinderen, hebben dezelfde aarde nodig om te wonen, te eten, bescherming te vinden. Aan de andere kant leidt het idee dat het ‘onze’ aarde is tot egoïsme en overheersing. Bijvoorbeeld: Landen wereldwijd ondertekenen het milieuakkoord van Parijs, maar dan verschijnt een merkwaardige man die te pas en te onpas roept: America first, America first!
Vandaag tonen we dankbaarheid voor de milieuafspraken in het nieuwe regeerakkoord en we leren om 10 uur (ook) in het Corderius College het lied van de goede rentmeesters:
De hele wereld om ons heen
is van de HEER, van Hem alleen,
met alle wezens die er leven.

“God, als ik de krant opensla, kan het gebeuren dat mijn hart zich dichtvouwt voor U. Het soms verbijsterende lijden dat ik daar tegenkom, sluit mij van U af. Ik geloofde al niet meer zo in U als de God van hemelse bijstand en bescherming, maar het lijden van mensen, vooral van onschuldige mensen, haalt mijn laatste beetje geloof daarin onderuit.
Hiermee is het laatste geloofswoord nog niet gezegd. Dat komt doordat, vreemd genoeg, lijdenservaring, zelfs messcherpe lijdenservaring, nog een andere uitwerking kan hebben. U wordt daarin ondanks alles zichtbaar. Bijvoorbeeld in de ironische, onverzettelijke humor die U niet kwijt wil. Een man die van kind af aan blind was, wees eens op zijn witte blindenstok met twee rode streepjes: ‘Ik heb altijd twee streepjes voor, ik lees nog zonder bril en ik heb een blind vertrouwen in de Heer.’
U kunt ook tevoorschijn komen in een vloek die mij ontglipt en die uw naam noemt voor ik er erg in heb. Of in een klacht. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Jezus was U kwijt, maar kon niet zonder uw adres. U was er, niet als antwoord, maar als vraag.
Terwijl U ver weg lijkt, kunt U nabij komen in het wachten op U. Ergens in het donker van de pijn en in de wolk van niet weten moet U toch zijn? Hoe U en het lijden samen kunnen gaan is een onoverzienbaar probleem, maar zonder U wordt lijden een uitzichtloos probleem.
In de humor, de vragen of het wachten kan uw afwezigheid een vorm van aanwezigheid worden. Een merkwaardige aanwezigheid, die niet past in mijn beeld van U. Anders. Pijnlijk. Als een crucifix in mijn binnenste.
U bent niet de pleister op onze wonden, maar de wond zelf.”

  • uit: Bent U dat, God? – Stephan de Jong

Lichaamstaal

Naast de Nederlandse- en Braziliaanse taal spreek ik ook lichaamstaal. Vrij goed zelfs, als ik mijn omgeving mag geloven. Lichaamstaal kan je goed van pas komen, maar kan ook lastig zijn, weet ik uit ervaring.
Wat is lichaamstaal?  Lichaamstaal of non-verbale communicatie is het geheel van communicatieve boodschappen dat door middel van gebaren, mimiek, lichaamshouding, stemgeluid en oogcontact wordt overgebracht.
Wil je zien op welke manieren mensen lichaamstaal spreken? Bekijk dan dit stukje uit het tv-programma Pauw. Cabaretier Youp van ’t Hek kwam zijn nieuwe boek ‘IJdel onkruid’ promoten, een bundel columns waarin ‘niets en niemand wordt gespaard’ en ‘iedereen ervan langs krijgt’.
(Pauze om de 12 minuten Pauw te kijken…)
Welke lichaamstaal spreken de deelnemers aan dit gesprek?
– Henk Krol, fractievoorzitter van de politieke partij 50+, lacht, knipoogt schalks, beweegt zijn hoofd knikkend en schuddend, is zeer  expressief,  zoals eigenlijk altijd als ik hem op tv zie.
–  Antoinette Hertsenberg, bekend van tv-programma’s als Radar, Opgelicht en Zorg.nu, kijkt kritisch: 1 wenkbrauw opgetrokken, 1 naar beneden, een scheef lachje. Eigenlijk lacht ze nooit echt. Bij het ‘grapje’ over christen-politicus Kees van der Staaij zie je haar denken: Nee, dit is niet echt leuk…
– Politiek verslaggever Xander van der Wulp was duidelijk non-verbaal bij het gesprek betrokken. Waar hij regelmatig lachte, niet bij het ‘grapje’ over het (niet)bestaan van God.
– Als Mick van Wely, misdaadverslaggever van de Telegraaf, minutenlang sceptisch gekeken heeft (‘wat moet ik hier nu mee?!’) , drukt hij zijn lichaamstaal in Nederlandse woorden uit: Of Youp een (emotionele) column ook wel eens een nachtje liet liggen… (Wat een schat, hoe naïef kun je wezen als misdaadverslaggever!) Mick probeerde het nog eens, maar kwam niet verder dan: Je kunt je toch voorstellen dat… Niet dus.
– Klinkt de lichaamstaal van de cabaretier en columnist als de titel van zijn nieuwe boek?

Oudere berichten

© 2017 Pelgrims

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑