‘Ik ga even een rondje, hoor!’
Riep ik dat in Rotterdam, dan liep ik meestal ‘een rondje plas’, dat bijna 1,5 uur in beslag nam. Langs Plaswijck, eertijds voornaam restaurant voor recepties en zakenlunches, maar langzaamaan verwilderend, naar de Straatweg, visitekaartje van Hillegersberg. Richting centrum en dan naar links, de Prins Bernhardkade, waar het Prinsemolenpad begon, met aan de ene kant de Rotte en aan de andere kant de Bergse Plas.
‘Een rondje centrum’  vond ik ook heerlijk: veel drukker, levendig straatbeeld, culturen, talen, winkels (en de tram terug als ik geen zin  meer had om verder te lopen). ‘k Weet niet precies waarom ik de voorkeur geef aan ‘een rondje plas’… Wijst dat op (positief): trouw aan goede gewoonten? Of op (misschien negatief): voorspelbaar en oersaai? Wat ziet het Prinsemolenfietspad er trouwens geweldig uit!
De overeenkomst tussen Rotterdam en Spakenburg is dat beide plaatsen een haven hebben. De andere overeenkomst is dat ik de laatste jaren ook kies tussen 2 ‘soorten’ rondjes. De langste en levendigste route (ruim 7 km) voert langs de Fokjesweg, Westdijk, het Kleine Zeetje en de haven naar het centrum. Van daaruit loop ik langs verschillende wegen terug. De kortste route (bijna 4 km) beslaat een poldertje: Sint Nicolaasweg – Gasthuisweg – Bikkersweg. Kwakend vliegen ganzen over; in de verte, voorbij Eemdijk, het torentje van Eemnes en nog verder weg, het glooiende Gooi. Op beide tochten kom ik vaak 2 kraplappen tegen, op de fiets. Nou, die zie je niet in Brazilië of Rotterdam!