Familie, vrienden, agenten, militairen en – wat geweldig! – vele vrijwilligers zullen doorgaan met het zoeken naar Anne Faber, op hoop van zegen, schreef ik gisteren om ongeveer half 3. Ongeveer 2 uur later berichtte de politie dat er een verdachte is aangehouden. Hoewel slechts 27 jaar jong heeft hij gruwelijke misdaden op zijn geweten en rijst bij iedereen de vraag: hoe kon deze man in godsnaam zo vrij rondlopen?  Als deze man inderdaad betrokken is bij de verdwijning, of nog erger, is dat onvoorstelbaar vreselijk. Voor de wanhopige familie, voor hemzelf en zijn geliefden, voor artsen, behandelaars en begeleiders, voor politie en voor ons allemaal als samenleving: door het hele leven lopen pijnlijke scheuren met rauwe randen. Want ondertussen gaat de zoektocht vandaag verder, een dochter, nichtje, vriendin, medemens, is nog steeds niet terecht. Elke dag dat de zoektocht langer duurt, moet als een eeuwigheid voelen. Hoe ervaar ik die mededeling van ongeveer half 5 gistermiddag? Misschien, hoe vreselijk ook, als een klein, heel klein strookje licht op een donkere tocht, gevangen in ruwe rotsen? Of zit ik er helemaal naast? Waarschijnlijk wel, want hoe kan ik begrijpen wat deze ouders meemaken…