Pelgrims

‘Ineens valt regen blij over het Bakadal: Gods eigen tranen.’ (Psalm 84:6-8)

Pagina 2 van 9

Messi

Is het een reactie op vroeger?  Ik bedoel, toen ik jong was (…), waren mijn ouders niet royaal met complimenten geven aan hun kids (die toen nog ‘kinderen’ werden genoemd en ook nog geen Engelse namen hadden). Van generatiegenoten begrijp ik dat mijn ouders hierin geen uitzonderingen waren. Complimenten konden een kind eigenwijs, hooghartig en vooral ondankbaar maken, zo dacht men. Immers, alles wat een mens is en bezit en kan, is louter genade (gratis gekregen goedheid), waar we niet anders dan dankbaar voor kunnen zijn.
Deze redenering is, volgens mij, op z’n minst eenzijdig. In elk geval heb ik ze wel gemist, die complimenten, en ik vond het dus best wennen om ze aan mijn kinderen wel te geven en betwijfel ik tot op de huidige dag of ik mijn waardering wel genoeg ge-uit heb.
Gelukkig hebben onze kinderen er geen moeite hun kinderen te complimenteren en doen dat ook heel verstandig (schreef opa trots!). Maar ik hoor ook ouders met kinderen praten of ouders met ouders over hun kinderen, ik lees op social media verslagen over kinderactiviteiten en dan rollen uitroepen als je bent een topper! en ja, wat een kanjer is ‘t, hé?! en nou, dat belooft wat voor de toekomst! over elkaar heen.  Onlangs verzuchtte ik tegen Lijda: Tjonge, jonge, als een kind als veldspeler tijdens het voetballen de bal niet met de handen beetpakt, roepen ouders al: Jij wordt later vast een Messi! Is deze overdreven overdaad aan complimenten een reactie op vroeger? In deze video geeft psychiater Dirk de Wachter een omschrijving van onze samenleving. Op internet zijn veel meer (boeiende en leerzame!) lezingen van de Wachter te vinden. 

Pauw

Soms kan ik Jeroen Pauw wel schieten… Figuurlijk gesproken natuurlijk. Zodra een gast iets ‘gristelijks’ zegt, lijkt hij nerveus te worden en dat brengt soms niet het mooiste in hem naar boven. Althans, dat is mijn indruk. Ik kan het natuurlijk best verkeerd hebben. Ook is mogelijk dat zijn reactie best te begrijpen is vanwege nare herinneringen of gebeurtenissen. Als andere gasten en (een groot deel van) het publiek hem bijvallen, komt Pauw echt op stoom. Dat vind ik jammer, want hij heeft kwaliteiten genoeg om zijn talkshow voor iédereen tot een mooie ervaring te maken.
Neem nou gisteravond, dinsdag, toen zei Lijda na de talkshow over dementie: De moeite van het opblijven waard! En dat was me uit het hart gegrepen. In de collecteweek voor Alzheimer Nederland sprak Pauw met Christa, een jonge vrouw van 47 die lijdt aan dementie, met 2 vrouwen die het Alzheimer-gen hebben en met de echtgenote van een man die lijdt aan frontotemporale dementie, een ziekte die zijn hersenen langzaam maar zeker weg eet. In elk van de gesprekken vond ik Pauw een fantastische gastheer: vriendelijk, betrokken, voorzichtig formulerend, empathisch, en ga zo maar door. Diepe stilte volgde nadat de bekende pianist Louis van Dijk, die Alzheimer heeft, een eigen compositie speelde, getiteld ‘Hoop’. De moeite van het terugkijken waard!

Keek op de week (43 en 44)

Vanavond alweer aflevering 3 van Het Geheime Dagboek van Hendrik Groen waarin het leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord beschreven wordt. De zoveelste heerlijke serie van Omroep Max die de afgelopen weken ongeveer 1,7 miljoen kijkbuisvolwassenen boeide. Ons ook.
In aflevering 2 legt de nieuwe bewoonster uit waarom zij zich wil laten cremeren: Mijn achternaam is namelijk: Brand, Eefje Brand. Dan moet het overigens wel met dt: Eefje Brandt. Daar kan ik zo van genieten! Van aflevering 1 heb ik deze zin onthouden, in eigen woorden: Bij niemands geboorte werd gezegd dat het leven leuk zou worden.
Ergens las ik dat André van Duin tegen een rol in deze serie had opgezien. Jarenlang hoefde hij maar een hoedje op te zetten of iedereen rollebolde van de lach en dan nu iets heel anders… Een begrijpelijk bezwaar, denk ik. Maar ik verwacht dat hij ook vanavond weer een indrukwekkende rol zal spelen. Dat is te danken aan van Duin’s eigen vakmanschap en  niet minder aan dat van Kees Hulst, die de rol van Hendrik Groen speelt. Al na slechts 2 afleveringen ben ik van die man gaan houden. Als je kijkt, veel plezier! Wordt ’t je een beetje te laat, je kunt ’t vast terugkijken!

… en vertrouwen

En hoe is ’t met ons vertrouwen?
Jezus de Zoon is precies zijn Vader. Hij leerde ons net als de Eeuwige te bidden om een dagelijks broodrantsoen: Onze Vader die in de hemelen is, geef ons heden (vandáág!) ons dágelijks brood.
Niet zeggen: Ja, en morgen dan?! Morgen is weer een nieuwe dag. Morgen kunnen jullie vragen wat voor morgen nodig is.
Zou ’t kunnen zijn dat we vanwege de palletaanbiedingen, 3 halen 2 betalen en vanwege de vrieskist niet meer goed weten wat vertrouwen is? Ik bid of God me vandaag brood wil geven terwijl er al voor 2 weken in de vriezer ligt…

Tevredenheid en vertrouwen zijn twee basisbegrippen in het Boek. Aan ons de opdracht om deze woorden weer handen en voeten te geven. Hóe? Morgen verder!

Tevredenheid…

Weten wij wat tevredenheid betekent? Hoe gaan wíj om met onze rijkdom? Want, vergis je niet, de rijken uit de Bijbel zijn jij en ik! Wij spoelen ons toilet door met drinkwater… De vraag is of onze rijkdom van de laatste 40, 50 jaar, ons niet verleerd heeft om tevreden te zijn.
Zou ’t kunnen zijn, let op: ik zeg niet dát het vast en zeker zo is, maar ik wil ons van deze vráág bewust maken: Zou ’t kunnen zijn dat jij en ik veel te makkelijk zijn meegegaan in het meer-meer-meer? Dat we alles wat bereikbaar was, gingen willen en doen en kopen, en ons er onvoldoende van bewust zijn geweest dat genoeg genoeg is? Met andere woorden: weten jij en ik nog wel wat tevredenheid is?
Mijn vader maakte ’s zondags altijd, wat wij noemden, een…

Wat maakte mijn vader ’s zondags altijd? Vergis je niet, het antwoord is niet het plaatje boven deze blog! Het goede antwoord kun je horen: zondag 5 november om 10 uur in het Corderius College in Amersfoort. Welkom!

Schapen zonder herder? (slot)

Of ik wel iets wilde doen, had de familie me gevraagd. ‘Iets’, dat was dus iets ‘godsdienstigs’, iets ‘gelovigs’, iets ‘kerkelijks’. Ze wisten zelf niet precies wat. Ik moest maar zien.
Het kistje werd neergezet naast de kuil en geopend. Het kindje had winterkleertjes aan en een soort Peruaans mutsje op. ‘Que bonitinha! (Wat een mooi meisje!) Coitadinha! (Stakkertje!) Meu Deus no céu! (Mijn god in de hemel!) Nossa Senhora! (Lieve vrouwe Maria!)’.
Mensen huilen, slaan kruisen, kijken elkaar aan. Het is vooral het wanhopige dat me pijn doet. Iedereen doet wel iets, maar niemand weet wat en waarom. Moet het kistje nu weer dicht? In dat zwarte gat? En dan weggaan?
‘HERE, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten. Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin…’.
Begrijpen deze wanhopige mensen hier iets van? Begrijpen ze dat ook dit kindje met het ijsmutsje niet door een los-vaste verkering, maar door God zelf in het verborgene gemaakt werd?
Als ik bid om open oren en ogen en harten begint de grafdelver al vloekend zand te scheppen. Hij had het kistje gesloten en in de kuil gezet. Zwaar ploffen de scheppen rode aarde in het gat. Hóórt hij iets, deze man die niet te lang wil overwerken? Hoort íemand hier iets van? Geen idee. De HERE weet het.
Opnieuw passeren we het stenen kruis. De maan straalt aan de rode avondlucht. Rood als bloed. Het bloed van het kruis. Daar gaan ze. Schapen, zonder herder?

Schapen zonder herder? (2)

De tijd dringt. Het is al haast donker. Iedereen praat door elkaar. ‘Morgen is het zondag, dan wordt er niet zo vroeg begraven! Moét dat echt wel, weer terug? Wat moeten we met het kindje aan?!’
Die vraag brengt mij weer terug bij de realiteit, bij het kistje met het kindje in de Kever. Het schiet door mij heen: Dit ís realiteit! Dit is de keiharde realiteit van leven en overleven en doodgaan. Dezelfde realiteit waar mensen overal ter wereld tegenop lopen, maar die in hardheid en wreedheid en grofheid van plaats tot plaats verschilt. Papieren zijn om juist ingevuld te worden en sluitingstijd is sluitingstijd: neemt u dus dat kind in het kistje maar weer mee!… Waar u het neerzet? Dat ziet u maar! U hebt thuis al geen plaats genoeg voor levende kinderen, laat staan voor een dood? Inderdaad een probleem, úw probleem. Goedemiddag!
De man van het ziekenhuis en de begraafplaats-ondernemer hadden er een ‘jeito aan gegeven’, zoals dat in Brazilië heet. De volgende dag zou het papier in orde komen. Voor twee Euro (inclusief nota), plus nog iets extra’s voor de moeite, krijg je een gat. De rest moeten wij zelf doen. Langs hoog gras dat de zerken bijna bedekt, onder de donkere kronen van de Paraná-sparren (open armen naar de hemel, alsof ze Gods zegen naar zich toe trekken willen), terwijl de avondlucht rood kleurt en geurt naar rokend afval, lopen we. Het grafje is niet moeilijk te vinden. Het eerste in een lange rij is aan de beurt. De grafdelver heeft goed in ’t voren gewerkt: er zijn wel twintig kleine kuilen achter elkaar. Genoeg, voor morgen.

De avondlucht kleurt rood. Vanaf vrijwel elke heuvelrug stijgen tientallen rookpluimpjes omhoog. De enige manier om vuil kwijt te raken op zaterdagavond en ratten buiten de deur te houden. Het is al bijna donker. Toch zijn de zerken goed te zien in het licht van de volle maan. We passeren een groot stenen kruis. Aan de voet branden kleine kaarsjes, een soort waxinelichtjes van Verkade. Lege drankflessen, kaarsvet, oude lompen. Wat gebeurt hier ’s avonds? (wordt vervolgd)

Schapen zonder herder? (1)

Het kindje was gestorven. Na uren wachten in de hal van de kraamkliniek, kwam de broer van de moeder, een jong, ongetrouwd meisje, de trap af. In z’n handen een klein kistje. Het had lang geduurd omdat de handtekening van de arts ontbrak, maar nu was ’t zover. Familieleden volgden de man met het kistje. Buiten bleven we staan. Wat moest er gebeuren? Iedereen was met de stadsbus gekomen, maar om nu met kistje en al zo weer terug te gaan…
Een oude Volkswagen, model Kever, bracht uitkomst. Het kleine kistje paste goed op de achterbank. Er konden met gemak nog drie of vier levende kinderen op en naast zitten.
Het wordt al donker als we bij het kerkhof aankomen. We moeten wachten op de man van het ziekenhuis die de papieren brengen zal. Het is kwart over vijf. De begraafplaats sluit om zes uur. Dat moet ook wel, er is geen hand voor ogen te zien dan. Het wordt later en later. Geen man, geen papieren. ‘Zeker de bus gemist’, zegt iemand. ‘Hopen dat-ie nog komt!’, zegt een ander. Want: Geen man, geen papieren, geen begrafenis.
Om kwart voor zes arriveert hij maar schudt het hoofd. Wél papieren, maar géén begrafenis. ‘De documenten zijn helaas onjuist ingevuld’, zegt hij, ‘gaat u morgenochtend maar weer terug naar het ziekenhuis’. De spanning neemt verder toe. (wordt vervolgd)

Een bloeiende gemeente!

Wat geweldig dat God (het leven van) onze gemeente wil laten groeien en bloeien! O, verkeerde plaatje…
Of toch niet?! Ik laat die verlepte bos bloemen even staan. Want weet je, ook hier vindt dat gevecht plaats, waar Paulus over schrijft. Een voorbeeld.
Ik beleef een eredienst meestal als een prachtig bloeiend boeket bloemen! Maar ja, in welke gemeente je ook bent, het lijkt wel of overal mensen zijn die vonden dat ‘het te lang duurde’ en ‘wat vervelend toch dat die-en-die weer te laat kwam’ of  ‘is zoveel zingen nou echt nodig?’ Van zulke opmerkingen gaat je kop toch hangen? Je verlept ervan! En bovendien, door zo’n atmosfeer wordt een gemeente onplezierig, je voelt je bekeken en niet veilig.
In ieder van ons persoonlijk én in de gemeente woedt een gevecht. Hoe blijf je daarin overeind? Of… zou het misschien mogelijk zijn ons hoofd omhoog te steken en te gaan bloeien? Volgens mij spelen Gods beloften bij de doop een belangrijke rol. Ook a.s. zondag welkom in het Corderius College!

Einde-loos!

In het allerlaatste hoofdstuk van de Bijbel, boek van God en mensen, lezen we dat mensen ‘als koningen (en koninginnen) zullen heersen tot in eeuwigheid.‘ (Openbaring22vs5) Gods nieuwe wereld, een nieuwe hemel gecombineerd met een nieuwe aarde, zal volmaakt zijn en toch zullen mensen nog steeds regeren. Weliswaar ondergeschikt aan God, maar toch…
Deze regeringsopdracht herinnert aan het allereerste hoofdstuk van de Bijbel, waar de mensheid de opdracht krijgt over de aarde te heersen, d.w.z. die te bebouwen en te bewaren, beschermen en ontwikkelen. (Genesis1vs26-29) Blijkbaar zullen wij ook in de toekomst nog nodig zijn!
Luieren op een wolk en af en toe op een harp spelen of een psalm zingen, reken daar maar niet op. Voor altijd koningen en koninginnen zijn, zou die opdracht inhouden dat er ook in de volmaakte toekomst ontwikkeling zal zijn, groei en bloei?! Dat ’t almaar mooier wordt: tof, cool, te gek, altijd maar mooier, einde-loos. Morgen mooier dan vandaag en overmorgen mooier dan morgen en ga zo maar door, tot in eeuwigheid, einde-loos?!
We zullen zien… We zullen zien!… We zullen zien!… Wij zullen zien!…

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2018 Pelgrims

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑