•  

Browsing the archives for the Verhalen category

Ik geloof dat God kan genezen! (4)

Geen reacties
Verhalen

Langzaam stierf het gebed weg. De explosie kon beginnen. Een krijsende vrouw.
Miranda vraagt haar: ‘Wie zit er in je?’ – ‘De duivel’, antwoordt ze.
‘Hoe heet je?’ – ‘Legioen!’, gilt de vrouw.
Nee, ze wil zich niet gewonnen geven aan Christus, satan is haar baas. Maar de vrouwtjes weten van aanpakken zodat ze niet vluchten kan. De missionaris praat, beveelt. En ineens kalmeert de vrouw. Belijdt haar geloof in Jezus Christus. De menigte begint David Miranda’s naam te scanderen: ‘Davi! Davi!’

‘Nú, op dít moment leggen alle verlamden hun krukken neer en lopen naar voren. Alles is mogelijk voor wie gelooft!’
Telkens opnieuw klinkt het bevel. En daar gaan ze. Een oude man strompelt naar voren en slaat z’n stok stuk op de rand van het podium. ‘Alles is mogelijk voor wie gelooft!’
Voor me staat een jonge man, hij heeft beugels onder zijn armen en voorzichtig probeert-ie op eigen benen te staan. ‘Toe maar!’, moedigt een ouderling hem aan, ‘toe maar!’ Maar gespannen schudt hij het hoofd. Het gaat niet. Teleurgesteld schuifelt-ie tussen de mensen door. Man, klein was uw geloof… Of toch niet?!

Hoe voel ik mij? Verbazing, ongeloof, afkeer, medelijden? Het laatste, geloof ik. Mensen met een hernia worden geroepen, met tumoren, met vallende ziekte, met…

Ik keerde mij om, geen droge draad meer aan m’n lijf. Wrong me tussen de dansende, zingende en biddende mensen door. Langs de boekenstalletjes, het rokende vlees, lege popcornbakjes voor me uit schoppend, voorbij de lege autobussen met chauffeurs die de explosie van een afstandje bekeken. Het was vier-en-een-half uur later in de geschiedenis van hemel en aarde. Aan de overkant zag ik een vrouwtje weglopen. Ze had maar één arm. (wordt vervolgd)

Ik geloof dat God kan genezen! (3)

Geen reacties
Verhalen

Miranda liet een bankbiljet van ongeveer 20 Euro zien en vroeg: Wie heeft zoveel geloof, dat ie dit overheeft voor God? Als u ‘t voor míj doet, houdt ‘t dan maar in uw zak, want dan zal God u niet veelvuldig teruggeven.
Acht, negen mensen staken ‘t geld in de lucht.
Wie heeft zoveel geloof dat ie 20 Euro geven wil? Wie tien, wie vijf, wie één Euro?
Daar stonden ze om mij heen. Mannen, vrouwen, meisjes en jongens, de handen met een munt of biljet van 1 Real, de Braziliaanse munt, erin, omhoog geheven. Ach, ze hadden wel voldoende geloof, maar het geld om de bus te betalen hadden ze moeten lenen…

Met enorm grote collectezakken werd geld binnengehaald. Dit was ordinaire geldklopperij onder het mom van geloofsgehoorzaamheid en dat bij mensen die niet of te weinig te eten hadden. Dit deed me trillen van woede! Nog drie keer herhaalde zich dit. Kaartjes waarop een bijdrage vermeld kon worden in ruil voor een gebed door David Miranda werden rondgedeeld. Opnieuw gingen de collectezakken door de rijen. En weer. En weer. ‘Amém! Aleluia! Palmas para Jesus!’

De knecht Gods ging over tot het gebed om Gods aanwezigheid. M’n oren suisden, zo hard. De explosie van wonderen kon beginnen. Tijdens het gebed zag ik haar staan. En vroeg-oude vrouw met een zwart t-shirt en een verschoten rok. In haar armen hield ze een meisje overeind dat zelf niet staan kon. Met haar ene hand veegde ze telkens haar ogen droog en ze bad zoals ik nog nooit iemand had zien bidden. Zo vurig, zo vol verlangen naar genezing voor haar kind. (wordt vervolgd)

Ik geloof dat God kan genezen! (2)

Geen reacties
Verhalen

Inmiddels stonden we al zo’n twee uur. Een licht regentje. Dan weer de scherpe zon. Ineens verscheen de man. Vrij klein, gekleed in een witte doktersjas. Aangekondigd door een wilde stem, zo’n stem die voetballers aankondigt die het stadion binnen komen. De man werd aangekondigd als de ‘servo de Deus’: de knecht van God. De grootste verkondiger van goddelijke genezing van vandaag.

‘Wie van Jezus houdt, zegge: Amen!’ en oorverdovend klonk het ‘Amém!’
‘Wie in God gelooft, zegge: ‘Halleluja!’ en het ‘Aleluia!’ klonk als een kanonschot richting hemel.
‘Wie een Bijbel bij zich heeft, sla em open en til em omhoog naar God!’, en echt, overal waar ik kijken kon zag ik omhoog gestoken Bijbels, in de wind wapperende blaadjes in een land dat nooit Bijbel bezat.
‘Palmas para Jesus! Applaus voor Jezus!’, en het handgeklap daverde door de lucht.

Dit verdient Hij. Begreep ik voor ‘t eerst pas echt. Dit verdient Hij.
De kleine man deed er alles aan de aandacht van zichzelf naar God te verplaatsen, dat moet gezegd. Maar of dat lukte?De halve maan voor Miranda werd steeds kleiner omdat de mensen naar voren drongen. Ouderlingen in keurige kostuums met een sticker (‘Deus é amor’ en hun naam) maakten weer ruimte. De spanning nam toe. Telkens probeerden verstandelijk gehandicapten te vluchten. Wég, wég wilden ze. De ouderlingen leidden hen vriendelijk terug. Geschreeuw, wild getrappel, rollende ogen. Vijf of zes oudere vrouwtjes met een soort roze keukenschort aan en ook zo’n sticker hielden hen in bedwang. Voor de wildsten lag een dwangbuis klaar.
De eerste collecte werd aangekondigd. (wordt vervolgd)

Ik geloof dat God kan genezen! (1)

Geen reacties
Verhalen

Het was broeierig warm die zondagmiddag. Een zonnetje stak door de wegdrijvende regenwolken. De zoveelste oude touringcar liet een stroom mensen los in het grote park waar een explosie van wonderen zou gebeuren.
Wekenlang was zijn komst aangekondigd op de manshoge reclameborden langs de snelwegen, tussen sigaretten en dameslingerie. David Miranda zou voor goddelijke genezingen zorgen. Hij is de baas van één van de vele Pinkster-kerken in Brazilië, genaamd ‘Deus é Amor’: God is liefde. Aanbeden en verguisd. Steenrijk. Eigenaar van een enorme kathedraal in S.P. (=São Paulo) en van tientallen radio- en televisiestations. Ook deze gebeurtenis zou rechtstreeks voor de radio worden uitgezonden.

Ik liep mee in de mensenstroom. Een oud kreupel vrouwtje. Een misvormde man met een piepklein hoofdje op een onwaarschijnlijk groot lichaam. Idioten, imbecielen, een moeder met een zwaar epileptisch jochie. Ze kregen allemaal een plekje in de lege halve maan voor het podium. Vanaf het begin hing er een spanning die zich vermengde met de vochtige atmosfeer. Tot op je huid trilde het. ‘Is-ie er al? Heb je-em al gezien?!’…
De menigte groeide aan tot 8.000, misschien wel 10.000 mensen. Een geur van zweet, geroosterd vlees op kleine meegenomen barbekjoetjes, de zoete geur van talloze popcorn-wagentjes.
De samenkomst begon met het gebed van een plaatselijke voorganger. Zijn stem denderde door de geweldige luidsprekers, de aanwezigen volgden hem, om mij heen denderden duizenden stemmen. Terwijl de man neerknielde op het podium hief de mensenmenigte de armen omhoog en al hun roepende stemmen vormden één enorme schreeuw. Verschillende malen werden zo hun gebeden opgezonden. Ineens begreep ik de diepte van dat woord… (wordt vervolgd)

Ons moeder

Geen reacties
Verhalen

Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Het was al middag toen het kaarslicht haar kist omstraalde en dit prachtige lied van Huub Oosterhuis klonk in de St Clemenskerk in Waalwijk.
Indrukwekkend mooi en hartverwarmend was de afscheidsviering op deze kille dinsdag. Honderden aanwezigen gingen zwijgend staan tijdens de lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus: “Voorwaar ik zeg u: Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, brengt hij veel vruchten voort.” (Johannes12vs23-26) Dochters en kleinkinderen deelden uit hun hart herinneringen aan hun moeder en oma.
‘Hebt u al een gedachtenisprentje?, vroeg m’n buurvrouw, ‘want ik heb er twee.’ Wat weldadig! In mijn vriendelijke buurvrouw daagde de wereld waarover werd gezongen. En ook de vrouw, wier afbeelding op de voorkant van het prentje stond, was een kind Gods dat Zijn naam in vrede droeg, las ik aan de binnenkant. Wij hadden haar nooit ontmoet, maar na vanmiddag is ‘t of we haar toch een beetje gekend hebben.
De collecte werd ingezameld in grote open schalen, de één gaf een dubbeltje, de ander een tientje, sommigen 5 Euro en anderen 50 cent. Van de opbrengst kon de parochie nog 12x ons moeder herdenken en wie dat wilde, kon nog een moment met haar verwijlen.
Het koor zong het Ave Maria en terwijl de kist werd uitgedragen, klonken bekende woorden: In paradisum deducant te angeli… Chorus angelorum te suscipiatet (Mogen de engelen u geleiden naar het paradijs… Moge het koor van de engelen u ontvangen.)
Is er eigenlijk zo’n groot verschil met ons? Met ‘ons’ geloof bedoelden we. De vraag bleef eerst onbeantwoord rondzweven in de Opel Corsa. Toen keken Lijda en ik elkaar aan. We wisten beiden het antwoord.

Goud van Oud (5) Geef mij nu je angst – Guus Meeuwis

Geen reacties
Ontspanning - muziek, Verhalen

Zolang ik naar liedjes luister, wil ik er verlangen naar God in horen. In de woorden, de muziek, de manier waarop de zanger of zangeres optreedt, hoop ik toch zo te merken dat Gods Geest hen nabij komt!
Misschien werd ik wel zo hoopvol door wat met Elly&Rikkert gebeurde. Aanvankelijk hoorden ze bij de hippiewereld, leefden in een commune in Drenthe en maakten muziek met, zoals ik ze zie, ‘zoekers’ als Boudewijn de Groot, Lennaert Nijgh en Liesbeth List. Ik herinner me De kauwgomballenboom, geen grote hit, wel gewoon leuke luistermuziek. Begin jaren ’70 kwamen ze onverwacht terug van een autoreis naar India en aanvaardden korte tijd later Jezus Christus als hun Redder en Heer. Zo’n gebeurtenis maakt je toch hoopvol?! Vandaar dat ik in dit liedje van Guus Meeuwis kleine letters alvast heb vervangen door Hoofdletters…

Je zegt, ik ben vrij, maar jij bedoelt,
ik ben zo eenzaam.
Je voelt je te gek,zeg jij,
maar ik zit niet te dromen.
Want die blikken in je ogen,
zeggen alles tegen mij.
Ik voel me precies als jij, dus jij kan eerlijk zijn.

Je voelt je heel goed, zeg jij, je mond, begint te trillen.
Ik weet dat ik jou kan helpen, maar je moet zelf willen.
Elkaar nu een dienst bewijzen, dat is alles wat ik vraag.
Zet weg nu die angst,
ik wist het al,
dit is m’n dag vandaag.

Geef Mij nu je angst,
Ik geef je er hoop voor terug.
Geef Mij nu de nacht,
Ik geef je een morgen terug.
Zolang Ik je niet verlies,
vind ik heus wel M’n weg met jou.

Kijk mij nu eens aan,
nee zeg maar niets, je mag best zwijgen.
Het valt nu nog zwaar,
maar ik weet dat ik jou kan krijgen.
Dit hoeft nooit meer te gebeuren,
als je bij me blijft vannacht.
Want dan zul je zien,
als jij straks wakker wordt, dat jij weer lacht.

Geef Mij het gevoel,
dat Ik er weer bij hoor voortaan.
Ik ga met je mee,
en Ik laat je nu nooit meer gaan.
Geef Mij nu je angst,
Ik geef je er hoop voor terug.
Geef Mij nu de nacht,
Ik geef je een morgen terug.

Zolang ik je niet,verlies,
vind ik heus wel m’n weg met jou.
Geef Mij het gevoel,
dat Ik er weer bij hoor voortaan.
Ik ga met je mee,
want Ik laat je nu nooit meer gaan.
Geef Mij nu je angst,
Ik geef je er hoop voor terug.
Geef Mij nu de nacht,
Ik geef je de morgen terug.

Zolang Ik je niet verlies,
vind ik heus wel M’n weg met jou.

Goud van Oud (4) De speeltuin – Marco Borsato

Geen reacties
Ontspanning - muziek, Verhalen

Wat hebben de Gouwe Ouwen van deze weblog met elkaar gemeen? Houd ik van melancholische muziek, van beeldende taal, van rustige luisternummers?
Ja, dat klopt. Maar misschien heb ik altijd wel vooral een zwak (gehad) voor zoekende zangers (m/v) met woorden, muziek en performance waar verlangen in doorklinkt. Verlangen naar heelheid, naar rust en vrede, verlangen naar God misschien wel. Of hoor ik dat er veel te snel in? Wíl ik dat er (te) graag in horen?! Dat in ieder geval, ja. In m’n blog van vandaag geef ik daar nog een voorbeeld van… De speeltuin, gezongen door Marco Borsato. In Rotterdam bespraken we dit nummer op kattebak als voorbeeld van ‘een zoekende wereld’.

Door kapotgeschoten straten
zonder vader, zonder land
loop je hulpeloos verlaten
aan je moeders warme hand

Als een schaap tussen de wolven
de bestemming onbekend
en niemand ziet hoe klein je bent
niemand ziet hoe klein je bent

Morgen zal het vrede zijn
zal de zon je strelen
zal de wereld weer een speeltuin zijn
en kun je rustig spelen

Na de winter komt de lente
wordt de grijze lucht weer blauw
maar al ben je uit de oorlog
gaat de oorlog ooit uit jou?

Mooie ogen zijn vergiftigd
zijn aan het geweld gewend
en niemand ziet hoe klein je bent
niemand ziet hoe klein je bent

P.S. Misschien hou je van de week nog iets over om aan een goed doel te schenken? Tip: Unicef of War Child

Goud van Oud (3) Suzanne – Herman van Veen

Geen reacties
Ontspanning - muziek, Verhalen

Eén van de meest veelzijdige kunstenaars van ons land is Herman van Veen, inmiddels op weg naar de 70. Eén van zijn bekendste liedjes is Suzanne. Ook ik zing de tekst uit m’n hoofd mee, net als veel psalmen in de Oude Berijming. Het middelste couplet gaat over Jezus; het eerste en derde couplet gaan over een vrouw die Suzanne heet.
Je wilt met Suzanne meegaan naar de overkant, maar dan moet je haar wel vertrouwen, want ze houdt al je gedachten in haar hand. Hetzelfde geldt voor je relatie met Jezus. Hoe bekend de tekst mij ook is, ik heb er nooit veel van begrepen. Heel anders dan psalmen, hoewel ik die ook niet altijd snap.
Trouwens, de originele versie van dit lied danken we aan Leonard Cohen. In het ND van 23 september wordt, naast van Veen en Cohen, ook Freek de Jonge genoemd als artiest die bij het ouder worden blijk geeft van een ‘hang naar verlossing’.

Suzanne neemt je mee,
naar een bank aan het water,
duizend schepen gaan voorbij
en toch wordt ‘t maar niet later,
en je weet dat zij te gek is,
want daarom zit je naast haar
en ze geeft je pepermuntjes,
want ze geeft je graag iets tastbaars
en net als je haar wilt zeggen:
‘ik kan jou geen liefde geven’
komt heel de stad tot leven
en hoor je meeuwen schreeuwen,
je hebt steeds van haar gehouden,
en je wilt wel met haar meegaan,
samen naar de overkant
en je moet haar wel vertrouwen,
want ze houdt al jouw gedachten in haar hand.

En Jezus was een visser,
die het water zo vertrouwde,
dat Hij zomaar over zee liep,
omdat Hij had leren houden
van de golven en de branding,
waarin niemand kan verdrinken,
Hij zei: ‘ Als men blijft geloven,
kan de zwaarste steen niet zinken’.
Maar de hemel ging pas open,
toen Zijn lichaam was gebroken
en hoe Hij heeft geleden,
dat weet alleen die Visser aan ‘t kruis
en je wilt wel met Hem meegaan,
samen naar de overkant
en je moet Hem wel vertrouwen,
want Hij houdt al jouw gedachten in Zijn hand.

Suzanne neemt je mee,
naar een bank aan het water,
je onthoudt waar ze naar kijkt,
als herinnering voor later
en het zonlicht lijkt wel honing,
waaraan kinderen zich te goed doen
en het grasveld ligt bezaaid met wat de
mensen zoal weg doen,
in de goot liggen de helden,
met een glimlach op de lippen
en de meeuwen in de lucht,
lijken net verdwaalde stippen,
als Suzanne je lachend aankijkt
en je wilt wel met haar meegaan,
samen naar de overkant
en je moet haar wel vertrouwen,
want ze houdt al jouw gedachten in haar hand.