•  

Browsing the archives for the Maatschappij category

50 Tinten Grijs

Geen reacties
Maatschappij, Predikantschap

Rond Valentijnsdag kwam de film 50 Tinten Grijs uit, ook in Nederland. De film is gebaseerd op de erotische roman over sadomasochistische seks tussen een jonge zakenman en een studente. De bestseller werd in Nederland anderhalf miljoen keer verkocht. Overal in het land zijn de voorstellingen uitverkocht en op een aantal plaatsen draait de film meerdere keren per avond.
Vanuit christelijke kring komen zeer uiteenlopende reacties. Enerzijds worden christenen opgeroepen de film te boycotten. Met name vanuit de Verenigde Staten heeft de boodschap vaak dezelfde toon als die van de anti-abortus- en anti-homobeweging: ondoordacht en bot. Anderzijds laat een ex-voorganger uit evangelische kring zich positief uit. Een aantal jaren geleden maakte hij de switch van preekgestoelte naar huwelijksbed en spitst hij de boodschap van bevrijding toe op het gebied van liefde, erotiek, intimiteit en relaties, waartoe hij cursussen geeft en via internet o.a. handboeien en vibrators aan de m/v brengt.
In de boekwinkel heb ik stukjes uit het boek gelezen en voelde me weer het jochie van 13 dat vlug-vlug softporno detectives van Gerard de Villiers doorbladerde op zoek naar spannende stukjes over ‘een dikke bobbel die in zijn broek verscheen’.  Bijvoorbeeld: SAS ten Westen van Jeruzalem (met spannende foto op de omslag!). Misschien moet ik het hele boek echt lezen om er iets over te kunnen/mogen zeggen, maar ik doe het niet, evenmin als ik de film ga kijken. Voorlopig pijnig ik mijn hersens en hart af met deze vraag: Is ‘t gek dat ik me zorgen maak over christelijke echtparen die enthousiast zijn over 50 Tinten Grijs, terwijl de Marriage Course (Samen praten over wat écht belangrijk is in je relatie) niet doorgaat vanwege te weinig aanmeldingen?

Ben je benieuwd naar de avonturen van SAS? Op Marktplaats vind je alle verschenen deeltjes, 1,50€ per stuk!

Stand up for ALL!

Geen reacties
Maatschappij

Waarschijnlijk 2000…

Geen reacties
Maatschappij

Zouden die bejaarde mensen, struikelend, vallend en tevergeefs op de vlucht voor de hongerige beesten van Boko Haram, ooit een boek gelezen hebben? Kònden ze überhaupt lezen? Begrepen ze een cartoon, als ze die al ooit onder ogen kregen?
De vrouwen, een aantal, misschien wel velen, zwanger van nieuw leven, wisten ze wat een computer was, een i-pad? Stuurden ze ooit een mailtje of was de digitale snelweg hen vreemd?
En die kleine jochies, schattige meisjes, hadden hun handjes wel eens een potlood vastgehouden, een letter geschreven? Ze renden zo snel hun korte beentjes konden, maar ontkwamen niet aan hakkende kapmessen.

Bericht uit het Nederlands Dagblad van maandag 12 januari 2015:
“Bij de slachtpartij die Boko Haram vorige week aanrichtte in de Nigeriaanse grensplaats Baga, zijn mogelijk tweeduizend doden gevallen. Onder hen waren vooral kinderen, vrouwen en bejaarden die niet snel genoeg konden vluchten.” (…) ‘De voorlichting van het Nigeriaanse leger is legendarisch onbetrouwbaar’, zei Femke van Zeijl, een journalist die in Nigeria woont, zaterdag tegen de NOS. ‘Weinig mensen kunnen uit de eerste hand vertellen wat er is gebeurd. Het nieuws werd ook eerst bekend in het buitenland en toen pas in de rest van Nigeria.’

Nigeria voelt zich in de steek gelaten. Lees Kees van der Staaij in het ND.

Je m’appelle Erik (slot)

Geen reacties
Maatschappij

Miljoenen mensen overal ter wereld noemen zich deze dagen Charlie. Maar hoezeer ik ook geraakt ben door de vreselijke gebeurtenissen in Frankrijk (én Nigeria én Irak én… noem maar op), mij vereenzelvig met de slachtoffers, en ook zonder angst opkom voor de vrijheid van meningsuiting, ik wil blijven beseffen dat ik slechts bij wijze van spreken kan zeggen ‘je suis Charlie’. Hoezeer ik mij ook met Charlie verbind, mens met de mensen wil zijn ook in verontwaardiging, woede, machteloosheid en hoop, ik ben Charlie niet. Je m’appelle Erik.

Er zijn christenen die de cartoons van Charlie Hebdo te kwetsend en liefdeloos vinden om deze 3 bekende woorden in de mond te nemen. Volgens hen werd en wordt de vrijheid van meningsuiting op grove wijze misbruikt in dit Franse tijdschrift. Daar kan ik mij iets bij voorstellen (zo zeggen we tegenwoordig dat we het ermee eens zijn, het klinkt alleen voorzichtiger… Hoezo bang?!). Deze christenen stellen voor te zeggen: Je suis Jésus. Ik ben Jezus. Mijn vraag is: ze kunnen zich toch alleen maar bij wijze van spreken zo noemen? Volgens de Bijbel is de verbintenis tussen Jezus en iemand die in hem gelooft diep, prachtig en intiem! Wie in Jezus gelooft mag ‘in’ hem zijn, als een rank verbonden met de wijnstok. En Jezus is ‘in’ de gelovige, bewoont hem en haar als zijn huis via de heilige Geest. Enerzijds leefde, stierf en herrees de gelovige  ’in’ Jezus, voer ‘in’ hem zelfs ten hemel; anderzijds wil de heilige Geest de gelovige ook op Jezus laten lijken in een levenslang transformatieproces. En toch, hoe intiem deze relatie ook is, ik zou het niet aandurven van mijzelf te zeggen: Je suis Jésus.

Dat geldt ook voor de term ‘Je suis Adam’. Hiermee willen christenen zich vereenzelvigen met de mensheid, met cartoonisten en jihadisten, met daders en slachtoffers. Wij allen, bedoelen ze, zijn mensenkinderen die getroffen zijn en worden door gebrokenheid en zonde. Ook als het gaat om de relatie met Adam (volgens de Bijbel de eerste mens op aarde) gebruikt de Bijbel het woordje ‘in’. Toch, hoe waar het misschien ook is dat Erik ‘in’ Adam gezondigd heeft, ik bén geen Adam.

Erik kan zich nooit zo met een ander vereenzelvigen dat hij die ander wordt. Erik kán geen Charlie, geen Adam en geen Jezus worden. Je m’appelle Erik. Complete vereenzelviging (bijbels woord: incarnatie) is voorbehouden aan Gods Zoon, die zich voor 100% identificeerde met mensen en Jezus werd genoemd.
Hij zegt: Je suis Adam, ik ben mens als jullie. Niet bij wijze van spreken, maar echt!
Hij zegt: Je suis Charlie, je suis Amedy Coulibaly et je suis Erik, niet bij wijze van spreken, maar echt! Want beladen met jullie zonden laat ik mij op een kruis spijkeren en doden.
Hij kan dat zeggen, want zijn naam is Jésus.

Je m’appelle Erik (2)

Geen reacties
Maatschappij

Ineens verschenen overal pamfletten, bordjes, spreekkoren en zelf t-shirts met dezelfde 3 woorden; zelfs midden in de Franse hoofdstad Parijs was in grote verlichte letters te lezen: Je suis Charlie. Op de site van de NOS leggen mensen uit wat volgens hen die 3 woorden betekenen: niet bang, maar dapper zijn; je hebt het recht te zeggen wat je wilt. Charlie verdedigt de persvrijheid, de ruimte voor het vrije woord. Je mag je vrij voelen om te laten horen wat je bezighoudt.

Weet je, ook ik ben zielsblij dat ik kan zeggen en schrijven wat ik wil, bijvoorbeeld op dit weblog. Geen moment hoef ik bang te zijn om te delen wat mij bezighoudt, wat ik leuk en mooi vindt, wat me bezorgd en verdrietig maakt, wat ik niet geloof en wel geloof (ook wat anders-gelovigen ergert en dwaas in de oren klinkt). Na de vreselijke aanslagen op deze heerlijke vrijheid (en wie weet wat ons nog te wachten staat, want we zijn de naïviteit nu toch wel voorbij), zeg ik: Je suis Charlie! Je suis Charlie! Je suis Charlie! En toch…

Ten diepste heet ik anders. Je m’appelle Erik, mijn naam is Erik. Bij de Burgerlijke Stand sta ik officieel geregistreerd als Erik Albert Wicher.
Wat ik nog belangrijker vind: deze 3 namen zijn mijn doopnamen. Met deze namen mag ik verbonden zijn met de God en Vader van Jezus Christus. En dat voorrecht is niet exclusief voor mij, God houdt van deze wereld, door hem gemaakt, en mensen als jij en ik mogen in zijn handen leven, dapper. Naast bescherming houdt deze verbintenis ook in, dat ik niet het recht heb te zeggen of te schrijven wat ik wil. Dat lijkt on-vrijheid (en soms ervaar ik dat ook zo, een beetje; ik ga ook best in de fout, soms), maar ik vind het geweldig dat Hij mij vertelt wat goed en fout is, dom en wijs, afbrekend en opbouwend. Niet elke column of cartoon, commentaar, reportage of blog van mij is geslaagd omdat ik erom schaterlach, ‘m actueel of to the point vind. Er is sturing van de Overkant, we horen liefhebbende woorden van een Ander: dat is goed, voor mij én m’n medemens. Vrijheid is niet: doen en laten wat ik zelf wil. Vrijheid is: voor 100% afhankelijk zijn van Iemand die voor 100% van mij houdt. - à suivre -

Je m’appelle Erik (1)

Geen reacties
Maatschappij

‘Nee, niet doen!’ – De zwaargewonde agent tilt z’n hand omhoog in een afwerend gebaar. Tevergeefs, het volgende moment schiet de man in het zwart hem dood. Hoe kan iemand zoiets vreselijks doen?
Een term die bij dit soort gruwelijkheden hoort, is: ont-menselijking. Voor de aanvaller was de agent geen mens, maar een blokkade. Op de stoep lag geen zoon van ouders, geen man die thuis misschien een echtgenote en kinderen had, geen mens die smeekte om zijn leven te sparen, hij was niet meer dan een barrière op weg naar het doel, waarop de aanvaller gefixeerd was. En ook zijn doel, de redacteuren van Charlie Hebdo, waren voor hem (hen) geen mensen, maar ongelovigen, vijanden, beledigers van Allah en zijn profeet, die hun ideaal in de weg staan.
Nu even naar de andere kant van de wereld. Je staat in de auto voor het rode stoplicht in een Braziliaanse miljoenenstad, raampje naar beneden, lekker windje, warm zonnetje. Ineens richt een jochie van 11, 12 jaar een revolver op je hoofd en wijst naar het fototoestel naast je. Wie zo dom is nee te schudden, wordt dwars door z’n kop geschoten. Hoe kan een klein kereltje zoiets doen? Antwoord: ont-menselijking. Jij bent voor zo’n jochie geen mens, maar een blokkade die verhindert dat hij zijn doel, dat fototoestel, bereikt.

Ik ga iets gevaarlijks doen, ik ga namelijk oorzaken van ont-menselijking zoeken…
Braziliaanse jochies groeien op in een keiharde omgeving. Zowel hun vaak gewelddadige huiselijke situatie als het leven op straat, waar het recht van de sterkste geldt, zorgen ervoor dat ze geen geweten ontwikkelen. Verder zijn ze lichamelijk en psychisch stukgemaakt door alcohol en lijm snuiven. Hun levensverwachting is slecht en kort, en of ze dat erg vinden, is de vraag.
Terroristen zoals in Parijs komen tot on-menselijke daden vanwege dezelfde- en ook andere oorzaken. Heel lang is al bekend dat het leven in voorsteden zoals bij Parijs, voor jongeren uitzichtloos is en beheerst wordt door onrecht en criminaliteit, seksuele chaos en barbarij. Komen zulke jongeren onder invloed van fanatici, reizen ze naar strijdtonelen in Syrië of elders, ja, wie zich dan nog verbaast over ont-menselijking is naïef.
Gevaarlijke bezigheid! Want iemand kan denken dat ik begrip wil kweken voor on-menselijke daden en ze zo wil vergoelijken. Elke misdadiger heeft wel een moeilijke jeugd gehad… Dat wil ik niet. Bram van de Beek schrijft in zijn laatste en indrukwekkende boek: “Daders behoren bij de werkelijkheid van deze wereld die beheerst wordt door de zonde en de dood. Zij behoren daar echter bij als daders. Dat maakt essentiële verschil met de slachtoffers. Slachtoffers worden slachtoffers gemaakt. Daders maken zichzelf tot daders. Aan dat essentiële verschil kan niet worden getornd. Daders blijven daders óók als er oorzaken zijn voor hun misdadig gedrag.” (p.466)
Wat ik wil, is proberen midden in de hectiek van de gebeurtenissen de nuance goed in de gaten te houden. Enerzijds is alles wat gebeurt vreselijk erg, niet te verdedigen, om te huilen, boos te worden en tot God te roepen om Zijn ontferming. Anderzijds is al dit geweld niet verrassend. - à suivre -

Vrees niet!

Geen reacties
Maatschappij

Goede raad voor rijken

Geen reacties
Maatschappij, Preken (Series) 2014-2015, Westerkerk 2014-2015

Misschien voel je jezelf niet rijk, de kans is groot dat je het wel bent (controleer dat hier!).
Ik geef goede raad voor rijken door, 2 bijbelse tips:
Vertrouw op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. Dat is toch opvallend… Wie rijk is, wij!, hoeft zich daar niet voor te schamen. Je mag er van genieten! Waarom? Je krijgt alles van een gulle God! Wie geniet van wat hij heeft, eert God met zijn bezit! God eren én goed doen richting anderen. Rijk zijn aan daden, vrijgevig, bereid om te delen.
In de Bijbel staat echt een financiële term, namelijk ‘opsparen’. Jezus zei: Verzamel geen schatten op aarde maar in de hemel! Zorg ervoor rijk te worden in de hémel! Hoe doe je dat? Ik schreef eerder: Je moet je bezit laten verhuizen naar de hemel. Wat is dàt?! Kijk, je bezit blijft natuurlijk hier op aarde. Je mobieltje blijft in je broekzak, je auto in de garage of onder de carport, je spaargeld blijft op je aardse bankrekening, je schilderij aan de muur, enzovoorts, alleen… je verhuist alles wat je hebt naar de hemel, dat wil zeggen: je leeft elk moment van de dag, van de nacht, in aanwezigheid van God, de Almachtige, jouw lieve Vader in de hemel, zodat alles wat je bezit voor hem is.
God is namelijk bezig met een groots project. Hij startte ermee in de tuin van Eden, het paradijs, en Hij zal het straks voltooien in de tuinstad Nieuw-Jeruzalem. Dat project, dat dus de hele wereldgeschiedenis omvat en overal, zowel in de hemel als op onze aarde, wordt uitgevoerd, zijn project heet: het Koninkrijk van God. God werkt eraan dat overal zijn koningsmacht zichtbaar wordt en dat iedereen, mensen en de hele schepping, zullen erkennen: U, God, bent Koning!
Natuurlijk kunnen u, jij en ik ons eigen project hebben. Jij wilt na de basisschool gaan werken of studeren om later je eigen bedrijf of functie te hebben. Prima! U kunt van plan zijn uw huis te verbouwen, ‘t project is al klaar: volgend jaar de benedenverdieping, over 2 jaar de 1e etage, en ga zo maar door. Top! Je project kan te maken hebben met je gezin, met je gezondheid, met de kerk, met dit en met dat. En daar is niks mis mee! Áls je dat persoonlijke project maar niet beschouwt als datgene waarom alles draait. Alsof jouw studie of de verbouw, de uitbreiding van je bedrijf of gezin, alsof dat het uiteindelijke doel is. Geld maakte nog nooit iemand rijk. Aardse rijkdom zal immers verdwijnen?!… Hémelse rijkdom verdwijnt nooit, zegt Jezus.

Je doet er goed aan jouw persoonlijke project te verhuizen naar de hemel. We blijven gewoon hier wonen, in het dorp, erbuiten, maar met ons gezin en bedrijf, met ons huis en onze studie willen we meewerken aan Góds project, de bouw van zijn Koninkrijk.